Verhaal

De Markelose goastok

Net als alle andere wandelstokken, was de Markelose goastok in de eerste plaats een alledaags gebruiksvoorwerp. Mannen die te voet naar het dorp of de markt gingen, namen de stok mee. Verder werd hij gebruikt door boeren, marskramers en veehandelaren: niet alleen als steun bij het lopen, maar ook om bijvoorbeeld al te waakse erfhonden op afstand te houden. En jongemannen die uit vrijen gingen hadden een goastok bij zich om er “cool” uit te zien én zonodig een vechtpartij om het andere geslacht te kunnen beslechten.

Daarnaast speelde de stok een rol bij trouwerijen. Als er een bruiloft in aantocht was, gingen jongemannen de buurt en de familie van het aanstaande bruidspaar langs om de gasten uit te nodigen voor het feest. Ze waren gekleed in hun uitgaanskostuum, droegen een roos op de pet én hadden een versierde goastok bij zich, waarmee ze tegen de deuren klopten. Maar ook ’s nachts had de stok een functie. Hij hing dan aan het hoofdeinde van de bedstee om bij onraad als slagwapen te kunnen dienen.

 

Voor het maken van duurzame goastokken is een sterke houtsoort vereist. Oorspronkelijk werden ze gemaakt van mispelhout. Bij voorkeur werden loten gebruikt van een boom die bij de grond was afgezet, maar soms werd mispelopslag met wortel en al uit de grond gegraven. Doordat de wortel dwars op de uitloper stond, had de stok een natuurlijk handvat. Toen de mispel in de jaren dertig van de vorige eeuw schaars was geworden, werd overgestapt op goastokken van sleedoorntakken.

In de winter worden de geschikte sleedoorntakken van minimaal tien jaar oude struiken gezaagd. Die worden daarna een jaar gedroogd. Vervolgens worden ze gekookt in een fornuispot en tussen de spaken van een wagenwiel rechtgebogen. Soms wordt een stok van ongeschild hout gemaakt, maar meestal wordt de bast verwijderd en wordt de stok mooi glad geschuurd.

Het maken van het fraai versierde handvat is het lastigste deel van het karwei. Rond het boveneinde van de stok worden gespleten pennen van ganzenveren gelegd. Het aantal is afhankelijk van de dikte van de stok. Meestal zijn het er vijftien of zeventien, in ieder geval een oneven aantal. Tussen de pennen worden dunne bosjes paardenhaar gevlochten. Bij voorkeur worden er haren uit de staarten van Friese paarden gebruikt, omdat die mooi zwart zijn. Het vlechtwerk wordt bovenaan afgesloten met een leren bandje en vervolgens op de stok vastgeklonken met koperen kopspijkers. Daarna wordt op de kop van de stok een ijzeren knop geslagen. Het geheel wordt afgewerkt met een leren bandje met franjes dat met glimmende kopspijkers op de onderkant van het handvat wordt bevestigd. Verder krijgt het handvat nog een leren polsriempje met een kwast, een “droef”. Tenslotte wordt de stok opgeschuurd en ingewreven met bijenwas.

Er is weinig bekend over de ontstaansgeschiedenis van de goastok. Ook is niet exact bekend hoe hij vroeger werd gemaakt, want het ambacht van goastokmaker was rond 1900 uitgestorven. De voornaamste oorzaak was de opkomst van het rijwiel, waardoor de wandelstok overbodig werd. Het staat wél vast dat in 1932 de goastok herontdekt werd. Bewoners van Markelo voerden toen voor Koningin Wilhelmina een traditionele boerenbruiloft op. Hierbij mocht de versierde goastok natuurlijk niet ontbreken. De toen 71-jarige Gerrit Roosdom wist nog hoe je ze moest maken. Later gingen ook zijn zoon Gerrit Jan en kleinzoon Herman hiermee aan de slag. Na het overlijden van Herman in 1989 heeft Jan-Henk Berendsen van Stoevelerbrook het maken van goastokken van hem overgenomen. Hij had de fijne kneepjes van het vak, tijdens gezamenlijke demonstraties in Eungs Schoppe, van Herman geleerd.

Werd dit oude ambacht vroeger van vader op zoon doorgegeven, toen Jan-Henk vanwege z’n werkzaamheden niet meer toekwam aan het stokken maken, leerde hij z’n grootvader Jan Schorfhaar op Stoevelerbrook het vak van goastok maken.

Jan is dus nu de maker van de Markelose goastokken en verzorgt bovendien alle demonstraties. De meeste stokken worden echter aan huis verkocht, waarbij de klant meestal vertelt voor welke gelegenheid de stok bedoeld is. Zodoende weet Jan Schorfhaar dat zijn stokken zelfs over de hele wereld en aan de hoogste functionarissen ten geschenke zijn gegeven.   

Reacties